De WaterExpert
← Archief
De WaterExpert · Archief · Beleid, branche & cijfers

Het verschil tussen publiek en privaat, als het om lonen gaat

Door Shiva de Winter · 13 juli 2022

Oorspronkelijk verschenen op LinkedIn op 13 juli 2022 · door Shiva de Winter, De WaterExpert.

Dit is een reactie op de column geschreven door Ingrid Koppelman (Bestuurder Sport en Bewegen bij FNV) op Zwembadbranche op 12-7-2022

Link: https://www.zwembadbranche.nl/familiegevoel-en-scheefgroei-de-spagaat-van-de-zwembadmedewerker/

De zwembranche is verdeeld. Niet zij aan zij maar met klein Zwitserland ertussen. Het verschil, publiek of privaat. Onder publiek de beursgenoteerde zwembranche partners, die zwembaden van gemeenten exploiteren. Onder de private zwembranche partners de zwemschoolhouders en eigenaren van een eigen zwembad plaatsen. Het grote verschil tussen beide, subsidie en na Corona de SPUK IJZ (Specifieke Uitkering ijsbanen en Zwembaden) regeling.

Al langer rommelt het in de gelederen van de branche als het gaat om de toekomstvisie. De publieke sector stuurt samen met de politiek aan op een eenheid met één diploma, één team en vooral pracht en praal onder de vleugels van politiek Den Haag. De private sector is druk bezig haar wonden te likken van de coronaperiode waarbij tienduizenden euro’s in rook opgegaan zijn, pensioenen aangeboord en bijna letterlijk droog brood op tafel stond om überhaupt nog les te kunnen geven.

De private sector is degene die de hardste klappen opvangen. Corona, energie, personeelstekorten en stijgende personeelskosten. Hier is geen enkel potje voor open te trekken om de schade en tekorten op te vullen en zullen waar mogelijk 1-op-1 doorgerekend worden met de klant, de ouders van de kinderen. Deze betalen een bedrag voor de zwemles waar alles in is verwerkt. Bad huur, gaswaterlicht, personeel, administratie etc. Deze bedragen zitten fors hoger dan de publieke baden die aanvulling krijgen via verschillende subsidies en de schade van corona met lockdowns hebben kunnen verminderen door de SPUK IJZ-regeling.

De FNV lijkt hier nog een schepje bovenop te doen. In de blog van FNV sport frontvrouw Ingrid Koppelman wordt een beeld geschetst dat de hardwerkende zwemschoolhouder of zwembadeigenaar zonder subsidie zich er te makkelijk af maakt, geen waardering toont voor zijn of haar personeel en daarnaast het personeel minachtend word behandeld door niet mee te gaan met de stijging van het minimumloon in de publieke kant van de zwembranche.

Een zwemschoolhouder of commercieel zwembadeigenaar heeft voor zijn of haar vak gekozen vanuit passie voor het vak en voor de wereld net een beetje beter maken door hun expertise en kwaliteiten aan te bieden aan kinderen en volwassenen. Een keuze die dikwijls is gegroeid door verschil van visie door hun oude werkplek of uit de motivatie dat het beter moet. Daarnaast is en blijft het bepalen van minimumloon iets van de overheid en wordt niet bepaald door de markt.

Het is makkelijk praten in dienst bent van een grote exploitant of een gemeente en er subsidiegelden klaar staan om eventuele tekorten en groei te ondersteunen. Mocht door onverhoopte omstandigheden de subsidie niet toereikend zijn dan kan er gewoon aanvullende subsidie aangevraagd worden. Het is dan ook een absurd standpunt wat de FNV inneemt. Deze luidt: Ons standpunt is duidelijk: begroot eerst het personeel. Goed en kundig personeel is van grote waarde voor het zwembad én de zwembranche. De mensen die voor jou het geld verdienen zijn geen sluitpost, zij zijn het kloppend hart van je bedrijf”. Maar natuurlijk weet iedere commerciële eigenaar wat het belang is van goed personeel en wil daar zijn waardering wel voor geven. Alleen zijn deze gebonden aan een eindgebruiker en dat zijn de ouders die de zwemles moeten gaan betalen.

Om even een inzicht te geven in het hoe en wat qua salarissen hier een praktijkvoorbeeld. Een zwemschool hanteert momenteel de salarissen in overeenstemming met de CAO-zwembaden 2021. Hier zit al een ophoging op omdat minimumloon wel wat weinig waardering geeft. Kijkend naar de eis van de FNV om de minimumlonen naar 14 Euro te doen zal de loonsom doen stijgen met 30 tot 40%. Daarbovenop komt de door de FNV gepromote CAO-zwembaden waarbij verplicht aan het pensioenfonds deelgenomen moet worden die een zeer hoog percentage vraagt. Dus reken daar nog eens 15% extra bij op de gehele loonsom. Dit moet ergens van betaald worden en zal dus verrekend moeten worden op de ouders. Hiervoor is gemiddeld 10 tot 15% stijging van de zwemleskosten noodzakelijk. Na de explosieve stijging van de energiekosten zijn vele baden en zwemscholen al gestegen tot wel 10%. Kortgezegd zou dit dus betekenen dat een zwemdiploma 25% duurder word bij de commerciële partijen.

Wat de FNV te verwijten is, is voornamelijk opruiing. Leg je oor eerst te luisteren bij commerciële zwemscholen voordat er conclusies worden getrokken die helemaal niet op waarheid gebaseerd kunnen worden. Subjectieve aannames die gedaan worden die alleen maar onrust veroorzaken in een branche die toch al in lichterlaaie staat. Ga het gesprek aan en verplaats je ook in de “tegenpartij”.

Los van het feit dat personeel goed verloont moet worden onder andere vanwege hun hoge verantwoordelijke taak kinderen zwemvaardig te maken moet dit niet ten koste gaan van degene waar dit echt om draait. De kinderen waarvan ouders straks de zwemlessen niet meer kunnen betalen.

Meer uit — Beleid, branche & cijfers

Alle artikelen uit dit thema →

Bekijk de verdiepende expertartikelen in de kennisbank →

← Terug naar het archief